Skip to content

Een modieus offer

Wat is het: 6 potjes

Wanneer: 375-425 na Chr.

Vindplaats: Martinikerkhof

Materiaal: Aardewerk

Mode. Net als nu was er vroeger sprake van mode en van trends. Zowel in de manier waarop men dingen maakte als in de wijze van versieren. Anders dan nu liepen die modetrends langer door. Omdat sommige trends duidelijk aan een tijdsperiode te koppelen zijn, kunnen voorwerpen ook goed op ouderdom geschat worden. Zo kunnen we heel goed de verschillende stijlen in het aardewerk op tijdsperiode inschatten.

In 1987 werd er gegraven aan het Martinikerkhof, één van de oudste en langst bewoonde gebieden van de stad. Een grote opgraving die op zo’n belangrijke plek wordt verricht, levert vaak spectaculaire vondsten op. Deze keer was de opwinding het grootst over de vondst van zes potjes. Ze lagen in een kluitje: eentje in het midden en vijf eromheen. Zes kleine versierde potjes – vijf in perfecte staat – zomaar vlak onder het gras. En wat zijn ze klein! Zo klein worden ze maar heel zelden gevonden – laat staan in deze staat! Een prachtige en unieke vondst.

Het maken van aardewerken potjes was in eerste instantie het werk van vrouwen en kinderen. Een familietraditie die van de moeder op de dochter overging waardoor de stijl en vorm van de potten vele jaren hetzelfde bleef. Maar invloeden van buitenaf, zoals huwen met een man van een andere stam, de aankoop van geïmporteerd aardewerk of het krijgen van een geschenk uit andere streken kan tot een verandering in die stijl leiden. Ook konden nieuwe technieken van vreemden worden aangeleerd, zodat men de potten op een andere manier ging maken of men de vorm radicaal ging wijzigen. De potjes van het Martinikerkhof behoren tot het zogenaamde Angelsaksisch aardewerk. De Angelsaksen kwamen oorspronkelijk uit het noorden van het huidige Duitsland en trokken na het terugtrekken van de Romeinen richting Engeland. Zij werden trendsetters voor deze streek. Deze potjes zijn gemaakt rond 400, helemaal aan het begin van deze periode. Zeer modieus dus!

De potjes zijn gebruikt als offer. Het leven was zwaar in deze streken. Overstromingen, ziektes en hongersnood kwamen veelvuldig voor. Je kon dus maar beter de goden tevreden houden!

Scroll To Top