Omgevingsvergunning archeologie

Voor het verstoren van de bodem heeft u een omgevingsvergunning nodig. U verstoort de bodem als u een bouwput wilt uitgraven, kabels of leidingen wilt leggen, de bodem wilt egaliseren of vijvers wilt aanleggen. U vraagt een omgevingsvergunning aan bij het Loket Bouwen en Wonen.

De toetsing
Bij de gemeentelijke toetsing van uw vergunningsaanvraag kijken wij of er archeologische waarden zijn en controleren wij of de aangetroffen waarden in het geding komen. Voordat u aan de aanvraag begint, is het daarom verstandig eerst op de erfgoedkaart na te gaan of er bij uw project archeologische waarden of verwachtingen spelen.

In de vergunningsaanvraag moet u zo goed mogelijk  aangeven welke waarden of verwachtingen er  zijn. Misschien moet hiervoor booronderzoek gedaan worden zodat duidelijk is wat er precies aan archeologische resten te vinden is (en hoe diep). Uw plan moet  zo veel mogelijk rekening houden met de waarden in de grond.  Als het plan de archeologische waarden niet beschadigt,  dan is dit voldoende voor de omgevingsvergunning en is verder archeologisch onderzoek  niet nodig.

Soms is het niet te voorkomen dat uw plan de archeologische waarden verstoort. In dat geval stellen wij de voorwaarde dat u de archeologische resten ter plekke laat documenteren. Meestal kiest men dan voor een archeologische opgraving of een archeologische begeleiding. De kosten zijn voor de aanvrager van de omgevingsvergunning. Zeker in de binnenstad en op plekken waar steentijdresten aanwezig zijn, kunnen die kosten hoog zijn. Het is daarom verstandig om vroeg in beeld te hebben welke waarden er spelen.